Op een broeierige dinsdagavond, midden in een koppige hittegolf, verzamelen we aan Du Phare. Het terras hangt loom in de warmte, glazen tikken zacht tegen elkaar, en ergens tussen het geroezemoes zit een band die tegelijk nieuw en al verrassend hecht aanvoelt: Benny Boo. Ze vormen nog niet zo lang een band, en doen samen een residentie in Het Entrepot. Vandaag zetten ze vooral op én was de warmte verlammend, geven ze aan. Bij hen voel ik totaal geen spanning. Open, veilig. Alsof je bij oude vrienden aan tafel schuift. Ik zeg het hen ook.
Hun nieuwe nummer ‘Schrödinger Summer’ vat die sfeer perfect samen: het is tegelijk licht en zwaar, dansbaar en melancholisch. Of zoals Dries (drum) het die avond mooi verwoordt: “lachen in huilen” en “het trieste benaderen vanuit iets niet triest”.
Een zomernummer dus dat schuurt. Iets herkenbaars, dat melancholische zomergevoel…
“Schrödinger Summer” en de andere nummers van Benny Boo zitten vol woorden en beelden die nu helemaal van deze tijd zijn (van die brainrot taal waar we over tien jaar bijna nostalgisch naar gaan terugverlangen). Maar achter die hedendaagse flair schuilt iets anders: teksten die eigenlijk best verdrietig zijn.
En toch… je beweegt. De grooves blijven dansbaar, de baslijnen warm, de gitaren sprankelen en de drums duwen je vooruit. Het is muziek die je niet naar beneden trekt, maar net optilt. Benny verwoordt het mooi; na het verlies van iemand (zijn papa), voelt het leven scherper, verdrietiger, maar ook hoopvoller. Iets wat ik maar al te goed herken.
Die tegenstelling die hij bezingt is geen toeval. Ze zit al in de titel. Want Schrödingers kat (de referentie uit de titel) komt uit een beroemd gedachte-experiment in de natuurkunde en metafysica. Het idee is simpel (en een beetje gek): een kat zit in een gesloten doos met een mechanisme dat haar misschien dood maakt… of misschien ook niet. Zolang je de doos niet opent, is de kat volgens de theorie tegelijk dood en levend.
Klinkt absurd? Dat is het ook een beetje. En daar zit de humor: het beeld van een kat die tegelijk twee tegenstrijdige dingen is. Maar tegelijk is het ook tragisch. Want het gaat over onzekerheid. Over niet weten of die golvende zomer ooit wel voorbijgaat. Dat iets tegelijk goed en slecht kan zijn. Gelukkig en verdrietig. Dat contradictorische gevoel (dat beide dingen tegelijk kunnen bestaan), is een deel van de menselijke ervaring die we soms enkel door tragiek leren kennen.
Een band die spontaan ontstond (en meteen klikte)
De magie van Benny Boo zit niet alleen in hun muziek, maar ook in hoe ze ontstaan zijn. Eva Rose (20) op basgitaar en vocals, Jesse (36) op gitaar, Jutta (30) op toetsen en zang, Ben (35) zang en Dries (26) op de drums. Ze leerden elkaar op een opvallend spontane manier kennen. Bijna zonder voorbereiding moesten ze al meteen voor de Nieuwe Lichting van Studio Brussel samen spelen. Dat hoor je. En dat voel je.
Hun muziek klinkt niet gepolijst of overgerepeteerd, maar juist levend, alsof ze elkaar muzikaal ontdekken terwijl je luistert. En misschien is dat ook waarom je je zo snel op je gemak voelt bij hen: er zit geen façade op.
Ieder bandlid brengt zijn eigen wereld mee, en toch klopt het geheel. Jesse droomt weg bij artiesten als Wilco en Robyn, Eva Rose heeft een zwak voor Radiohead en D’Angel, Dries balanceert tussen Caroline Polachek en Oklou en Jutta beweegt moeiteloos van Charli XCX naar 70’s songwriters als Labi Siffre en Judee Sill. Die mix hoor je terug: ergens tussen indie, soul, elektronisch en iets wat moeilijker te benoemen is, maar wel meteen herkenbaar als hún geluid.
Terug naar snaren en samenzijn
Wat ook opvalt: er leeft bij hen een duidelijke drang om terug te keren naar de essentie. Naar gitaren echt vasthouden en snaren die trillen. Naar samen in een ruimte iets maken. In een tijd die vaak draait rond productie en perfectie, kiezen zij voor iets anders: aanwezigheid.
De droom: Dour
Tussen het praten, lachen en zweten door komt ook de toekomst even ter sprake. Grootse plannen zijn er nog niet, maar één droom klinkt wel luid en duidelijk: ooit spelen op Dour. En eerlijk? Als je ziet hoe natuurlijk deze band samenkomt, hoe die energie klopt zonder dat ze het proberen te forceren. Dan voelt dat niet eens zo ver weg.
Lachen terwijl het pijn doet
‘Schrödinger Summer’ is zo’n nummer dat je opzet op een warme avond, wanneer alles even klopt… en toch niet helemaal. Je danst, maar ergens wringt het. Je glimlacht, maar er zit iets droevigs onder. Net als Schrödingers kat.
Tekst: Marie-Julie Lehoucq. Foto's: Maya Callizaya
Uit BLVRD #52