ru·is: een nieuw blaadje aan de eeuwenoude folkboom

Beeld je een eeuwenoude boom in, met dikke wortels en stevige takken. Aan een van de bovenste twijgjes groeit een nieuw, knapperig blaadje. Dat frisse groen is ru·is, een darkfolkband uit Brugge. Isa Desmet en Uther Smis, het duo achter de instrumenten, vertellen op een zonnige woensdagmiddag in het Astridpark over hun muziek, aankomende optredens, de folktraditie, maar vooral over hun nieuwe drummer Sam.

Van kiem tot blad

Isa en Uther leerden elkaar op school kennen. Dat folkmuziek de verbindende factor zou zijn, werd al snel duidelijk. Uther ging op jonge leeftijd al met zijn ouders mee naar folkfestivals zoals Gooikoorts. Daar was er ruimte voor hem om deel te nemen aan jams. Als klassiek geschoolde violist pikte hij de melodieën snel op en groeide zijn interesse in traditionals. Hij volgde folk- en jazzstages, lessen in balkan- en Ierse folkmuziek, en schoolde zich bij in de jazzacademie in Knokke.

Isa komt eveneens uit een muzikaal gezin, van gitaargetokkel in de zetel, over viool in de badkamer, de eeuwige Amélie Poulain-soundtrack op trekzak tot meerstemmige liedjes bij de afwas. Stem en tekst vormden hierbij de rode draad en haar interesse in verhalende muziek ontwikkelde zich steeds verder. Het laatste puzzelstukje kwam er door verschillende reizen naar Ierland te maken en de folkscene te ontdekken. Tien jaar geleden maakte de folk- en tradmuziek daar een revival door. Daarbij werd er door een jonge generatie muzikanten op een vernieuwende, experimentele manier aan de slag gegaan met eeuwenoude folknummers en tunes. Net die nieuwe insteek inspireerde Isa om ook een en ander te gaan uitproberen.

Uther en Isa speelden vijftien jaar geleden voor het eerst samen in Araña, een nevenproject van de vierkoppige folkband Ambrazar. Dat werd gevolgd door de straatmuziekgroep Kofferband en de indiefolkgroep Alba. Na zo’n tien jaar radiostilte vormden ze uiteindelijk ru·is. De officiële geboorte van ru·is vond plaats op de Gentse Feesten 2025. Isa trad al op met geherinterpreteerde Engelstalige folknummers, maar was nog enorm zoekende. Ze hoopte dat Uther haar zou vervoegen en muzikaal aarding zou bieden. Omwille van zijn drukke agenda had hij de boot drie jaar lang afgehouden. Toch vond hij in Isa’s ideeën een nieuwe muzikale uitdaging. Nu worden de teksten ondersteund door Uthers vioolspel, maar omgekeerd worden zijn composities gecomplementeerd door Isa’s woorden. “Het is nu nog een relatief jonge band, we zijn nog in opbouw en onszelf aan het ontdekken. Met twee hebben we in een jaar tijd wel al een eigenheid kunnen creëren.” stelt Uther. Het duo kreeg na de Gentse Feesten al mooie kansen in Muziekclub ‘t Ey, AB Club, Peel Slowly and See festival en Kunstenfestival Watou.

Voorprogrammacomfort

Van folknummers herinterpreteren tot poëzie op muziek zetten, ru·is heeft geen vaststaand concept, maar op zich hoeft dat voor Isa en Uther niet. Vooral de vrijheid om hun enthousiasme te volgen en verschillende richtingen uit te gaan, is van belang. “Voorlopig zijn we comfortabel met voorprogramma zijn. We kunnen onze leukste nummers spelen, zonder te veel druk te ervaren, én we komen op fijne plekken terecht.” zegt Isa. Het is dan ook nogal onorthodox dat zij, als voorprogramma, op 18 september in Snuffel de hoofdact Kiss the Anus of a Black Cat bij Mathias (programmator Snuffel) voorstelden - een band waar ze al jaren fan van zijn.

Ruis 1

Groeien doet ru·is dus op z’n eigen tempo en dan vooral door z’n eigen goesting te volgen. Ze voelen zich qua klankkleur weinig verwant met andere bands in Vlaanderen. Het duistere, macabere en licht ongemakkelijke vinden ze niet snel terug. De mix van monotone, zeurderige bourdons (of drones) en het experimentele van samples effectpedalen en een loopstation, die hun grootste inspiratiebron vormen, vinden ze vooral in landen aan de andere kant van het Kanaal.

Adreamwithinadream

Hun eerste single, adreamwithinadream, kwam enkele maanden geleden en werd door recensenten stellig onder dreampop gecategoriseerd. Zelf dachten ze een folk noir-koortsdroom te hebben geschreven. Het vertrekpunt van het nummer was een gedicht van Edgar Allan Poe, over de grote thema’s des levens (tijd, liefde, dood, …) die als zand tussen de vingers lijken te glippen. Ook buiten de single combineert ru·is zonder haperingen eeuwenoude tradities met moderne middelen. Die sound kwam voort uit Isa’s interesse in verhalende muziek en Uthers muzikale aanvulling. Daarin zijn ze erg complementair. Toch is hun vertrekpunt wisselend. Soms is er eerst tekst, andere keren is er eerst een melodie waar een gedicht op wordt geplakt. Hoe het maakproces ook verloopt, er is ondertussen genoeg materiaal voor een solide set en een album of EP is een kwestie van tijd.

Enter drummer Sam

“Voor mijn part mag dit hele artikel een lofzang over Sam worden”, lacht Isa enthousiast, om uit te drukken hoe blij ze is met hun nieuwe bandlid. Tot dan toe werd het ritme door Uthers vioolspel gebracht. Tijdens de opname van adreamwithinadream ging Isa even de drummer lenen bij Toa Toa, een band waar ze backing vocals deed. Met behulp van de producer, die de drummer aanstuurde (aangezien Uther noch Isa thuis zijn in het drummen), werd adreamwithinadream ook ritmisch ondersteund. Na het afwerken van de single, groeide de wens om drum en percussie een vaste plek te geven in hun geluid. Om de hele dialoog tussen tekst en melodie open te breken, was er ritme nodig. En zo begon de zoektocht naar een drummer die, zonder veel aansturing, ru·is ritmisch begreep.

Ver moesten ze in ieder geval niet zoeken, want in Uthers schoonfamilie was er een geschikte kandidaat te vinden. Enter Sam Hinnekens, drummer van kindsbeen af en doorgegroeid tot een professionele jazzdrummer. Zijn meerlagige ritmes en hiphopinvloeden lieten een frisse wind waaien door teksten van honderden jaren oud.

To folk or not to folk

Een frisse wind laten waaien door een genre als folk is niet zo vanzelfsprekend. Ook daar denken Isa en Uther over na. Folk leeft in België, maar de klemtoon ligt eerder op balfolk. De liefde voor het gezongen, verhalende lied vind je hier niet in dezelfde vorm terug als bijvoorbeeld in Ierland of Schotland.

Ruis 3

Het is ook door haar reizen naar Ierland dat Isa singing sessions ontdekte, de traditie om in een pub of huiskamer urenlang, elk om de beurt, a capella folknummers en ballads te zingen. De nadruk ligt daar veel meer op het uitwisselen van verhalen, dan op zangtalent of podiumprestige. In dat opzicht is het totaal niet te vergelijken met bijvoorbeeld de open mic-nights of jamsessies die we in Vlaanderen kennen. Deze liederen, die een grote inspiratiebron vormen voor ru·is, bestaan soms uit tientallen strofes - geen refreinen, bridges, solo’s of modulaties om de boel mee te kruiden. Het is een bijna trance-achtige ervaring. Dat maakt het ook een uitdaging om radioklaar te maken. Daarnaast is het muziek die voor Belgische oren saai of monotoon zou kunnen klinken, als er niet op de tekst gelet wordt. Schoorvoetend knippen ze hier en daar een strofe weg, of voegen ze dingen toe, om het gevarieerd te houden.

Daarnaast kwam er ook al commentaar op het gebruik van effecten zoals autotune, wat sommige puristen een belediging van de traditie vonden. Met ru·is willen ze zeker niet beweren dat ze folk pur sang spelen, eerder iets wat vertrekt uit het folk-erfgoed en tegen verschillende andere genres aanschurkt. Het is Isa’s appreciatie voor de eeuwenoude verhalen en dat geschuur die het genre nieuw leven inblazen en het voortbestaan mee garanderen. “Traditie dient als vertrekpunt, niet als stolp, zegt mijn collega altijd”, aldus Isa. Traditionele instrumenten zoals viool en harmonium in combinatie met effecten, loops en drum brengen de sound meer richting darkfolk of dronefolk. Door de crossover sound vindt hun muziek evengoed (of zelfs meer) een plaats in het clubcircuit dan in het folkcircuit. Het niet-goed-weten-wat zorgt soms voor een onzeker gevoel, maar ze vinden houvast bij andere “eigenzinnige folk” zoals Lankum of Stick in the Wheel. “De vraag is dan: is er hier publiek voor? Maar de zaal zat vol om bijvoorbeeld [Brìghde Chaimbeul] te zien. Het is superniche, maar het publiek ging uit de bol!” zegt Uther. Daarin vinden ze de motivatie om muziek te maken die zij goed vinden, los van het commerciële. “De conclusie is dat er voor alles een publiek is en het een kwestie is van er vertrouwen in te oefenen. En dat je vooral moet volgen waar je muzikaal warm van wordt, zonder je af te vragen of er wel iemand is die het wilt horen”, vult Isa aan.

Interpunct

ru·is moet één van de moeilijkst vindbare bandnamen zijn. Dat is enkel en alleen te wijten aan het interpunct (dat zwevende punt heeft wel degelijk een naam). Het verhaal achter de naam is des te mooier. Vóór de release van hun single traden Isa en Uther op onder hun eigen namen. Met het indienen van adreamwithinadream kwam er een kantelpunt waarbij distributie om een bandnaam vroeg. Eerst was er ‘ruis’, maar dat bleek al te bestaan. Dus dienden ze het in als ‘ru.is’. Twee dagen voor de release werd de naam geweigerd omdat het, door het punt, een weblink werd. Tenzij je dus op zoek bent naar Reykjavik University kom je met ru.is niet ver (of toch niet verder dan IJsland). Dan maar met een zwevend punt, wat eveneens bijdraagt aan het mysterieuze, amorfe en donkere dat Isa, Uther, en nu ook Sam, muzikaal te bieden hebben.

ru·is verbindt verleden met heden en stuurt het richting toekomst. Dat blaadje ontwikkelt zich lekker op eigen tempo verder. Benieuwd naar hun sound? Volg ru·is op Instagram, beluister hun muziek op alle streamingplatformen of ga live luisteren op 18 september in Snuffel.

Tekst: Kato Dijckmans. Foto's: Jonathan Veriez.

Uit BLVRD Magazine editie #53

Uw browser wordt niet ondersteund, schakel over naar een andere voor een optimale ervaring.