Show, don't tell

Inge Verbruggen is boekenverslaafd. Ze leest alle genres, maar Young Adult nog het meest. Al heel vroeg wist ze dat ze schrijfster wilde worden en spannende verhalen vol avontuur wilde creëren. Droom jij er ook van om verhalen te schrijven? Of wil je weten wat ervoor zorgt dat je een boek niet kan wegleggen en je elke situatie duidelijk voor je ziet gebeuren? Inge leert je tijdens de workshop ‘Show, don’t tell’ in kader van het thrillerevent ‘Plaats Delict’ hoe je met een paar simpele trucs een beeldend verhaal kan schrijven dat indruk zal maken bij je toekomstige lezer.

Inge Verbruggen 1

Vanwaar komt die passie voor kinderliteratuur en voor thrillers?

Inge: “Ik heb allerlei genres geprobeerd voordat ik bij Young Adult terechtkwam. In het begin schreef ik voor volwassenen, maar toen ik zelf kinderen kreeg verschoof mijn focus in die richting. Naarmate mijn kinderen groter werden, groeiden de verhalen ook mee. Toen zij in het middelbaar zaten, is het genre Young Adult populair geworden en ik voelde er meteen een klik mee. Daar heb ik nu nog genoeg verhalen voor om er nog een tijdje mee bezig te zijn. Ik lees zelf het liefst thrillers, wat ik ook verwerk in mijn verhalen. Die combinatie wordt ook graag gelezen door jongeren.

Wanneer ben je beginnen schrijven?

“Ik had de schrijfmicrobe te pakken toen ik zes was en de bibliotheek mijn tweede thuis werd. Ik wou graag zélf zo'n mooie boeken maken! Ik pende zelfs boeken over om te kijken hoe lang de verhalen waren en verzon dan nieuwe verhalen die ongeveer even lang waren. Hele schriften vol heb ik geschreven. Later vond mijn moeder dat ik maar een dagboek moest bijhouden. Maar ik hield mij nooit aan de werkelijkheid. Het leven dat ik opschreef was altijd veel interessanter dan dat van mij. Het werd dus al vroeg duidelijk dat ik schrijfster zou worden. Verhalen verzinnen is wat ik het liefste doe.”

Vind je het moeilijk om je in te leven in de wereld van tieners? Je refereert bijvoorbeeld veel naar nieuwe technologie.

“Ik kan mij nog heel goed inbeelden hoe ik zelf op die leeftijd was. Ik durf soms te zeggen dat ik een eeuwige zeventienjarige ben in het lijf van een veertigplusser. Ik luister naar hedendaagse muziek en praat ook heel graag met jongeren. Ik vind dat er weinig boeken geschreven zijn over dingen waar de jeugd mee bezig is, dus besloot ik dat in mijn thema’s te verwerken. Sociale media en internet in ‘Doodverklaard’, geocaching in ‘Duivels spel’, Truth or dare en escape rooms in ‘Labyrint’.”

Hoe ga je te werk om moeilijke thema’s mee te nemen in je verhalen?

“Ik probeer ze zo behapbaar mogelijk te maken. Ik wil geen zwaarwichtige roman brengen, maar schrijven over mensen van vlees en bloed die in benarde situaties terechtkomen. Vervolgens komen ze er (sterker) uit of weten ze dankzij hun achtergrond tot een oplossing te komen. Ik vertrouw op mijn buikgevoel om te kijken wat een passage of personage nodig heeft, maar wil niet dat het overheersend wordt in het verhaal.”

Verandert je perspectief naarmate je ouder wordt?

“Op gebied van verhaallijn niet echt. Er zijn bepaalde dingen die mijn personage, voor mij, karakteriseren en hij of zij handelt daarnaar. De manier waarop ik naar zo’n personage kijk, kan misschien toch wel veranderd zijn in vergelijking met toen ik begon te schrijven. Personages nu zullen wel een beetje volwassener zijn dan toen.”

Hoe begin je aan een goed raadsel en hoe houd je die spanning hoog?

“Soms is het op voorhand uitgedacht, maar meestal volg ik mijn buikgevoel. Dan schrijf ik iets, word ik zelf geïntrigeerd door het verhaal, wil ik daar nog wat spanning bovenop doen en dan moet ik op het einde van het verhaal zelf nog de puzzelstukjes oplossen. Dat werkt niet altijd goed. Bij ‘Duivels spel’ heb ik op het einde nog zaken toegevoegd en toen moest ik het verhaal van in het begin aanpassen. Of, zoals bij ‘Labyrint’, moest ik ook wel eens een ‘darling killen’. Dat maakt het voor mij ook wel spannend om te schrijven als ik niet weet hoe het eindigt. Als de puzzelstukjes wel in elkaar vallen, geeft dat een enorme kick. Alles van tevoren uitdenken werkt niet bij mij. Want net als bij dagboekschrijven, vind ik altijd wel iets leuker of spannender dan wat ik had bedacht.”

Welke raad zou je meegeven aan mensen die YA-literatuur willen beginnen schrijven?

“Praat met je leeftijdsgroep. Ik had het voordeel dat mijn eigen kinderen in die leeftijdscategorie zaten. Ik vroeg veel aan hen en hun vrienden. Ik wist waar ze mee bezig waren en wat hen interesseerde. Tijdens lezingen vraag ik ook wel eens hoe jongeren zouden reageren op een bepaalde situatie. Met die info moet je dan gaan zitten achter je scherm en blijven zitten tot het verhaal op papier staat. Vooral dat blijven zitten is moeilijk als je even niet weet hoe het verder moet. Soms heb je ook wel eens een off-day en kom je niet op de woorden. Als je dan iets anders gaat doen, komt er meestal niets meer van. Je moet blijven proberen en dat zitvlees kweken. Als je door dat moeilijke punt geraakt, ligt de rest van het verhaal weer voor het oprapen.”

Ben je momenteel aan het werk aan iets?

“Ik ben een volgende YA-thriller aan het schrijven. Deze keer gaat het over Urban Exploring en Ghosthunting, iets wat ook enorm leeft op YouTube. Het wordt niet alleen weer spannend, maar ook een beetje griezelig. Omdat ik nog een voltijdse job heb, is het vooral goed plannen wanneer ik kan schrijven. Tijdens de wintermaanden lag het schrijven een beetje stil, omdat ik het beste werk met zonne-energie. Nu kweek ik weer de gewoonte om me in mijn tuin te installeren met de laptop op de schoot tijdens weekends en vakanties! Laat de zomer maar komen!”

Workshop ‘Show, don’t tell’ (15+)

vrijdag 17 juni, 18.30u – 21u

Clavis Conceptwinkel Brugge

https://brugge.bibliotheek.be/plaats-delict

Tekst: Nicholas Vandenbussche
Uit BLVRD Magazine editie #28

Uw browser wordt niet ondersteund, schakel over naar een andere voor een optimale ervaring.