Mind the Artist: Line Boogaerts

Het Arentshuis is een van die grote herenhuizen zoals je er zoveel hebt in Brugge: oud, statig en boordevol geschiedenis. En net zoals bij de meeste gebouwen schuilt er achter de gevel een volledige geschiedenis. In het huis wordt het werk van Frank Brangwyn getoond, een kunstenaar en reiziger. Nu is het een museum geworden dat niet enkel historische collecties, zoals die van Brangwyn himself, aan de man brengt, maar ook hedendaagse kunstenaars een platform biedt. In het kader van Mind the Artist, geeft het Arentshuis Line Boogaerts dit najaar een expositie. Een unieke locatie, fascinerende kunstenaars en een boeiende thematiek vormen de combinatie die een geweldige tentoonstelling verzekert.

GLAZEN HUIS IGP 2015 KVRANCKEN 48062

Je werkt meestal op ruiten, vanwaar die fascinatie?

Line: “Een venster is een doorzichtige grens tussen binnen en buiten. Het maakt ook deel uit van de architectuur. Een hele tijd geleden had ik een inspiratiemoment toen ik mijn broer de vensters zag wassen. Het schuim van de spons liet voor mij eigenlijk een tekening na en maakte het glas zichtbaar. De tekeningen die ik op de vensters maak verwijzen naar de blinde vlekken in ons kijken. Ik maak tijdelijke tekeningen, de tekening verdwijnt bij het lappen. De ruit wordt terug een ruit en onzichtbaar en dat spel is wat mij fascineert.”

Wat mogen we van je verwachten in het Arentshuis?

“In 2019 werd ik uitgenodigd voor een residentie in Lubumbashi door Michel De Wilde. De werken die ik daar heb gemaakt vormen de ruggengraat van deze tentoonstelling. Patrick Mudekereza, directeur van het Centre d’Art WAZA in Lubumbashi heeft mij daarbij enorm geholpen en veel deuren geopend. Op het einde van mijn residentie heeft hij toen ook mijn tentoonstelling in de Bibliothèque National de Lubumbashi gecureerd.”

“De stad Lubumbashi is gemakkelijk te omschrijven als een ville bunkerisée, een stad van muren dus. Als je daar op straat rondloopt zie je dat bijna alle huizen, ommuurd zijn. Die muren zijn gemakkelijk te interpreteren als een grens tussen publiek en privé, maar niets is minder waar! Terwijl de huizen die erachter liggen ooit eengezinswoningen waren, gaat het nu vaak om gebouwen waar verschillende gezinnen wonen of zelfs verborgen bars en restaurants zijn.”

“Daarnaast vormden de ruimtes tussen die muren in koloniale tijden een netwerk van steegjes en vrijplaatsen waar bediendes konden ontsnappen aan controle. Die geschiedenis en die opake grenzen maken zo routes en netwerken mogelijk voor ‘zij die ervan weten’ en zorgen ervoor dat bediendes daar ongezien door hun meesters hun ding eigenlijk konden doen. Net die complexiteit die door professor Johan Lagae omschreven wordt als ‘Navigating Off-Radar’, nodigt natuurlijk uit om na te denken over ruimte, grenzen en het koloniale verleden.”

“In het Arentshuis is de exporuimte eigenlijk een doos van valse muren in het huis. De ruiten zijn niet zichtbaar van binnenuit. Mijn gewoonlijke spel met binnen-buiten, heb ik deze keer dus vooral figuurlijk en minder letterlijk vertaald naar de locatie. Alle werken zullen buiten de ruimte hangen en te zien zijn door gaten in de muren. Muren vormen grenzen net zoals vensters, en de bezoekers worden op die manier uitgenodigd om te kijken vanachter de grens. De ruimte zelf blijft nagenoeg leeg.

3 Screenshot 2021 11 17 at 10 50 21

“Dat kunstwerk speelt met tonen en verbergen, maar bevraagt zo ook je perspectief. In het Arentshuis vind je ook een andere installatie met 2 etalagepoppen van Paul Malaba. Hij gebruikt in zijn performances zijn lichaam. Zijn performances zijn zonder woorden, de toeschouwers voegen zelf woorden toe en begrijpen zo ook de kritische ondertoon van zijn werk.”

“Een tweede videoserie, ‘Pictures of fluid light’, toont een perceel in Lubumbashi waar grenzen op een andere manier vorm krijgen.”

Kan je wat meer vertellen over de andere artiesten?

“Naast Paul Malaba is er ook nog Celestin Kabuya die eigenlijk uit een oudere generatie komt, hij was aanwezig op Expo ’58. Ook met hem heb ik samengewerkt in Lubumbashi in de vorm van een kalktekening waar we elkaars tekening hebben aangevuld. Van die tekening liggen twee cyanotypies in de tentoonstelling.”

Cyanotypie?

“Dat is eigenlijk een oud systeem om kaarten te kopiëren, een blauwdruk. Daarvoor heb ik samengewerkt met het Institut de Cartographie. Het is een fotografisch proces waarbij je emulsie op papier doet, vervolgens doe je de tekening erop en leg je het in de zon of onder een UV-lamp. Als je er vervolgens het product uitspoelt met water, krijg je een diepblauwe kopie.”

Gaan de werken zelf ook verder in op die koloniale architectuur?

“Een reeks werken visualiseert dat eigenlijk. Ook hiervoor heb ik samengewerkt met het Instituut voor Cartografie in Lubumbashi, die bezitten nog de oude koloniale kaarten en ik heb die gebruikt in combinatie met Google Maps en mijn eigen tekeningen om zo een composiet van het verleden en het heden samen te stellen. Die werken zijn ook degene die wel van buiten het Arentshuis te zien zijn.”

DSC03237

Wat blijft er dan staan?

“Centraal in de tentoonstelling hangt een grote glasplaat die de zichtbaarheid tussen de twee ruimtes verstoort en vervormt. Die plaat vormt ook weer een soort kader om door te kijken of rond te kijken en benadrukt dus dat idee van perspectief en cadrage.”

“De glasplaat vormt een projectievlak voor het werk ‘é/change’. Hier zie je mijn videoperformance met een Congolese artiest Paul Malaba. In het museum van Lubumbashi, een Art Deco gebouw uit de koloniale tijd hebben wij elk aan een kant van een vensterglas getekend. Zo toont elke kunstenaar zijn kant van de werkelijkheid en zicht op de ander.”

Brangwyn heeft zelf ook natuurlijk veel gereisd, mogen we daar een reactie op verwachten?

“Ja, ik vind hem een erg interessant personage want in zijn ‘erfenis’ komt dat idee van de marge ook terug. Hij was erg bekend in zijn tijd, maar is daarna eigenlijk vergeten dus dat alleen al maakt het interessant om hem wat vanonder het stof te halen.”

“Brangwyn blijft dus wel een erg ambigue persoon. Het is niet zo dat hij vóór kolonialisme was – hij was bijvoorbeeld tegen slavernij – maar hij blijft wel ingebed in dat systeem. Ik heb daar met Laurence Vankerkhoven ook veel gesprekken over gehad omdat hij niet zoveel teksten heeft nagelaten. Volgens Libby Horner, een Engelse specialist in het werk van Brangwyn, stond Brangwyn bijvoorbeeld niet achter het kolonialisme. Zijn ‘Oosterse’ afbeeldingen tonen zijn liefde voor kleur en decoratieve patronen. Als hij in Zuid-Afrika was, schilderde hij lokale werkers, ‘kleurlingen’, in het veld en niet de rijke magnaten. Toen hij uitgenodigd werd om te eten bij een van zijn kopers, weigerde hij en zou hij gevraagd hebben: ‘Je zou je loodgieter niet uitnodigen, dus waarom zou je mij uitnodigen?’ Net zoals zijn leermeester William Morris was hij dus sociaal bewogen.”

“Muabana, een spoken word dichter, zal op de opening ook een performance geven die later ook via video kan worden bekeken. Haar werk reflecteert ook kritisch op kolonialisme. Bij Brangwyn heeft ze bijvoorbeeld de bedenking dat zijn beeld van het imperium wel erg verbloemd lijkt. Was het leven echt zo voor de afgebeelde volkeren? Vele wrede daden gebeurden in de bezette landen. Ik weet niet of de inheemse volkeren een tafereel van hun leven op dat moment ook zo kleurrijk en vol mooie elementen zouden hebben afgebeeld.”

Line Boogaerts opent op 10 december in het Arentshuis.

Haar expo kwam tot stand in het kader van ‘Mind the artist’; een reactie op de culturele armoede in tijden van corona.

Tekst: Nicholas Vandenbussche, Beelden (in volgorde): Kristof Vrancken, Line Boogaerts, René Van Gysegem
Uit BLVRD Magazine editie #25

Uw browser wordt niet ondersteund, schakel over naar een andere voor een optimale ervaring.