HIKKUP

Stel je voor: anderhalf jaar geleden vorm je een band, maakt nummers, bent laaiend enthousiast, wil deze aan de man brengen en dan slaat corona toe. Dit gebeurde bij de (grotendeels) Brugse band Hikkup. Toch hield corona hen niet tegen om drie nummers in volle lockdown uit te brengen. Om meer over deze standvastige band te weten te komen sprak ik met Niek Tournois (vocals) en Hannes De Caluwe (bass) af in De Republiek om te babbelen over de afgelopen periode.

Niek: “Ik ben Niek, de zanger, samen met mijn kompaan Hannes zijn wij de twee oprichters van de band.”

Hannes: “Ik ben de bassist. Eigenlijk zijn wij de twee ervaren rotten die al enkele kilometers op de teller hebben tegenover de drie jonge snaken die de band vervolledigen. Beide hebben wij ervaring in de rock en metal scene.”

IMG 8852 verkleind

Hoe zijn jullie met de band gestart?

H: “Ik herinner me dat ik een belletje kreeg van Niek. Hij was met Jeroen Foré, topgitarist, muziek aan het maken en ze zochten een bassist. Ik wist dat ze beide goede muzikanten waren en voelde me wel gevleid. Anderzijds wilde ik ook mijn grenzen verleggen en nieuwe dingen proberen. Met ons drie zijn we dingen beginnen uitproberen. Jeroen wilde de technischere, muzikaal moeilijkere richting uit, maar wij wilden het eerder mainstream houden. Zo is onze muziek voor iedereen toegankelijk. Vervolgens zijn wij op zoek gegaan naar andere muzikanten en is Tim Vermeulen erbij gekomen. Ik heb met hem in het conservatorium gezeten een tijd geleden. Tim is een jazz-geschoolde drummer en ik dacht dat ons genre hem ook wel ging aanspreken. En effectief, er was meteen een klik. Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een andere gitarist en een keyboardspeler. Dat heeft even geduurd maar uiteindelijk hebben we via Tim gitarist Emile Mosar en toetsenist Romuald Veys gevonden. Ook zij hebben muzikale opleidingen achter de kiezen en viben goed met de rest.”

N: “Sinds mei vorig jaar zijn we met vijf en naar ons aanvoelen compleet.”

H: “Klopt, en dan zijn we een half jaar later in november de studio ingedoken. In het voorjaar hebben we dan onze drie nummers (Death March, Falling en Too Fast) uitgebracht.”


Jullie doen alles zelf?

H: “Groot voordeel is dat we in een studio kunnen repeteren. Niek heeft een studio 'Sweet Sour'. Daar kunnen we repeteren, opnemen en veel testen. Voor de nummers die we hebben uitgebracht zijn we naar een andere studio geweest: 'De Studio' in Asse met Pieter Nyckees achter de knoppen en gemixt door Dirk Miers. De mastering werd gedaan door Frederik Dejongh van Jerboa Mastering.”

N: “Ja, dat zijn klassebakken. Toen we gingen mixen zat Flip Kowlier er de dag voor ons en de dag na
ons was Soulsister daar dus die weten ook wat ze doen. We hebben gekozen voor kwaliteit.”


Jullie komen beide uit de metal scene, maar hebben toch gekozen voor andere invloeden als pop en jazz. Hoe komt dat?

N: “Ik zat al een hele tijd in de metal scene en dat was leuk. Als metalvocalist moet je kwaad zijn, maar je kan nu eenmaal niet kwaad blijven. Bij metal zing je niet over bloemetjes natuurlijk. Na een tijdje had ik het er een beetje mee gehad. Ik had altijd al het idee om piano te leren spelen, liedjes te maken en te zingen. Zo ben ik met Jeroen beginnen aftoetsen wat gaat en wat niet en dan is dat aan het rollen gegaan. We zitten nog altijd in diezelfde stroom te rollen en er komen toffe dingen uit.”

IMG 8901 verkleind

Jullie muziek bestaat uit verschillende soorten genres. Vanwaar die keuze?

H: “Voor mij was dat geen bewuste keuze. We zijn heel eclectisch omdat we verschillende visies verzoenen. We luisteren allemaal naar verschillende genres. Alles kan werken zolang er maar een groove in zit en het maar goed voelt.”

N: “We geven elkaar ook een beetje de ruimte en we kennen elkaar. Zo weten we dat Tim eerder jazz geïnspireerd is. Je kan daar tegen vechten en hem anders laten spelen of je kan dat omarmen en daarmee verdergaan. Dat is een beetje hoe we samenwerken. Iedereen heeft wel zijn klik en heeft zijn plekje in onze band. Dat maakt het geheel."


Hoe zouden jullie jullie muziek omschrijven?

N: “Iemand heeft ons genre ooit omschreven als post apocalyptische punk jazz en dat klonk wel goed (lacht).”

H: “Ik zou zeggen eclazzy, omdat het eclectisch en jazzy is. En ook wel catchy en kinky.”


Van waar komt de bandnaam?

N: “Je kent de hik (hiccup), dat komt op en je kan dat niet tegenhouden, dat is er opeens. Er zijn heel veel middeltjes om daarmee om te gaan, maar toch werken die niet. Het is een impuls van je lichaam en je weet niet precies vanwaar het komt, wat het doet. Het is er gewoon, deal er maar mee. Op dat vlak is de gelijkenis treffend voor wat we willen doen. Er is een nummer dat we in november gaan releasen en dat heet Hiccup. We waren al lang aan het twijfelen over de bandnaam tot plots Tim zei: "Zouden we dat niet nemen als bandnaam" en daar zagen we wel wat in!”

H: “Maar dan wel verkeerd geschreven uiteraard. Hiccup maar met twee k's. Het is een oorwurm die je niet uit je hoofd krijgt, een Hikkup dat je niet uit je lijf krijgt.”

IMG 8830 verkleind

Mooi om te zien dat muziek en plezier bij jullie centraal staat.

H: “Ik denk dat dat ook de kracht is van onze band. Zelfs al slaat onze muziek niet aan bij het grote publiek, we blijven doorgaan. Wij amuseren ons hard genoeg om te blijven doen wat we doen.”

N: “Het is een combinatie van het creëren en het brengen van muziek op een podium voor publiek die beiden een kick geven en het is ook leuk om dat alle twee te doen. Momenteel zitten we nog in de studio kick, maar het blijft leuk (lacht).”


Hoe hebben jullie gereleased in corona tijden?

H: “We hebben veel videomeetings gehouden en samengewerkt met een kennis die wat van marketing kent en onze grafisch ontwerpster Joyce Thys. Zo hebben we een sociale mediaplanning gemaakt met een tijdlijn van wanneer je releaset en wat je in de aanloop van die release post enz.”

N: “Wat wel cool was: bij het uitbrengen van die singles scoorde de eerste single al meteen een bereik van 7000 mensen. De max toch? We kregen positieve comments en dat leefde ook wel ineens. We kregen ook reviews en airplay op Radio 1, dat zorgt voor een positieve ervaring.”


Corona heeft jullie niet tegengehouden om te releasen?

N: “Je kan dat nog een jaar in de frigo steken, maar nee. Het ligt er en we gaan ervoor!”

H: “Voor een artiest is het belangrijk je net afgewerkte creaties te verkopen wanneer het af is. Dat is als een bakker die het beste brood gebakken heeft en een jaar moet wachten om te het verkopen. Je kan het in de vriezer steken maar dat is hetzelfde niet meer. Dat is met ons ook zo. Wij zouden na een jaar ook niet meer met hetzelfde enthousiasme kunnen zeggen "kijk wat we gemaakt hebben". Het is nu af, we zijn nu trots en volgend jaar zijn we al met iets anders bezig.”

N: “Dat is zo, als je iets gemaakt hebt ben je daar zelf enthousiast over en wil je dat delen met anderen. Ik kijk er dan ook naar uit om onze nummers in een liveconcert te gieten en over te brengen naar een publiek.”

H: “Daar kijk ik ook naar uit omdat ik wel veel verwacht van onze geschoolde jonge snaken. Die barsten van het talent. Ik denk dat wij met ons vijven in staat zijn om elk nummer telkens iets anders te brengen, afhankelijk van de vibe die we live voelen. Het zijn sterke nummers die op verschillende manieren overeind kunnen blijven.”

N: “Van café tot Pukkelpop, we zien het zitten! Vanaf het voorjaar zijn we beschikbaar voor boekings, dit najaar zit onze Tim nog als Erasmusdrummer in Denemarken.”

H: “Voorlopig hebben we meer interviews dan optredens (lacht).”


In november brengt Hikkup drie nieuwe nummers uit. Volg Hikkup ze www.hikkup.be !

Tekst: Ine Detavernier. Foto's: Hikkup.
Uit BLVRD Magazine editie #18.

Uw browser wordt niet ondersteund, schakel over naar een andere voor een optimale ervaring.