Harm, dicht.

Na ‘Dood is Punk’ in 2018 heeft Bruggeling Harm Logghe (het alter ego van Fred Clutterbuck) eind vorig jaar een nieuwe dichtbundel uitgebracht. ‘Een Propere Onderbroek’ is net zoals zijn vorige bundel opnieuw een samenspel van tekst en beeld. Dit keer pakte hij het anders aan en is hij aan de slag gegaan met polaroidfoto’s en typemachine. Voor BLVRD magazine hadden we de eer deze geniale dichter wat vragen te stellen over ‘Een Propere Onderbroek’.

Harm 1 Aagje Dely

Dag Harm! Proficiat met je tweede dichtbundel ‘Een propere onderbroek’. Toch even voor de zekerheid: heb je vandaag al een propere onderbroek aan?

“Aan ’t geurtje zou je zeggen van niet, maar dat ligt niet aan ’t al dan niet verversen van mijn onderbroek. Dat ligt gewoon aan het feit dat ik toch al 5 dagen mijn tanden niet heb gepoetst. Nee, grapje, ik heb gewoon stinkende tandpasta.”


In vergelijking met ‘Dood is Punk’ is de naam van je nieuwe dichtbundel opmerkelijk, ze voelt wat huiselijker en een pak rustiger aan. Hoe kwam je ditmaal tot de titel?

“Ik ontleende de titel uit een interview met cultschrijver J.M.H. Berckmans. Tijdens dat interview bekende hij dat hij nog bij zijn ouders woonde omdat hij niet alleen kan zijn. Toen de journalist vroeg waarom hij net bij zijn ouders ging wonen om de eenzaamheid te bekampen, antwoordde Berckmans met: “Omdat ik daar elke dag een propere onderbroek krijg!” Daarna vroeg de journalist Berckmans al lachend of het verversen van de onderbroek belangrijk was. Berckmans repliceerde laconiek: “Dat lijkt me gezien de beschetenheid van mijn existentie nogal belangrijk.” Toen ik dat hoorde, wist ik dat dit de titel van mijn nieuwe bundel moest worden.

Je kan er huiselijkheid in vinden, zoals hij die vindt bij zijn ouders en jij die voelt bij de titel. Je kan er zorg in vinden.

Misschien wil ik met mijn poëzie wel de gelegenheid geven om wat troost te vinden na een shitty day at the office.

- Harm

Een onderbroek bedekt de schaamstreek en misschien geef ik de lezer wel net een onderbroek door zo open te schrijven over waarover velen zich (nog) te veel schamen.

‘Dood Is Punk’ was meer gemaakt met het idee van ‘Kijk eens wat ik heb gedaan! Ik kan schrijven, tekenen en lezen en jullie (hopelijk) hier en daar ontroeren daarmee!’ Dat zie je dus aan de titel en ook aan de uitgave, ook mijn gedichten waren toen wat beknopter. Ik vind dat een zeer schoon boek dat heel goed illustreert hoe ik me toen voelde en ik had nooit gedacht dankbaar te mogen zijn voor zo veel mensen die mij kwamen vertellen hoe dat boek hen heeft beroerd.”


Ook op vlak van lay-out heb je het over een gans andere boeg gegooid. Je werkte met een typemachine en creëert zo precies een meer minimalistische stijl. Is dit louter toeval of is het een weergave van je gedichten: eenvoudiger?

“Iedere dag (of toch bijzonder veel) begin je je leven met een propere onderbroek. Zo simpel is ‘t! Daarom wou ik de vormgeving ook zo puur en eenvoudig mogelijk houden. Wie je ook bent, hetzij een boer in Wingene of een directrice van een bank in Monaco, iedereen buigt zijn rug en zijn knieën om een propere onderbroek aan te doen.

De keuze voor het typen met m’n typemachine is er gekomen omdat ik graag arbeid verricht bij het creëren. Het schrijven op de laptop lag me niet en ging te vlot van schrijven naar wissen en bood me te veel afleiding. Het schrijven op een typemachine is logger, vraagt meer concentratie en is even onomkeer- als dankbaar. De letter staat er als je erop hebt geslagen (als de betere flik, met de middenvingers) en dat verplicht je soms om 20 keer hetzelfde gedicht te typen tot je het uiteindelijk foutloos hebt, wat dan weer heel erg dankbaar is. Loon én schoonheid naar arbeid want ik vind de uniformiteit in vorm van de typemachine en hoe eenzelfde letter iedere keer anders is als je die aanslaat, bijzonder schoon aan dit apparaat.”

Waar heb je deze keer je inspiratie uit gehaald? Handelen je gedichten over een bepaald thema of zijn het de dagdagelijkse dingen die je aanzetten tot schrijven?

Ik haal mijn inspiratie uit de beschetenheid en de schoonheid van het leven, denk ik.

- Harm

Ik kan geïnspireerd worden door een woord dat ik leerde bij een partij Scrabble, de trots die ik voor mijn zus voel als ze zichzelf of haar klanten nog eens opgemaakt heeft, mijn beste vriendin en ik net iets te open worden in gesprekken als we een biertje te veel hebben gedronken in The Vintage. Ik kan inspiratie vinden in de droefheid die ik voel als ik naar een foto kijk van mijn overleden grootouders, of in de blijdschap die ik voel als ik een kind zie dat net onder de knie heeft hoe je fietst zonder steunwieltjes en ik kan geïnspireerd worden door de tegenwind als ik ga fietsen of wandelen of door een aalscholver die dan in de vaart vis probeert te vangen, ja, zelfs door een onbekwame politicus die iets te graag typt of in een tv-studio zit, …

Het maakt me eigenlijk niet uit, ik probeer vooral met mijn oren, mijn ogen en mijn armen open te luisteren, te kijken en te schrijven. Dat dat doordrongen is met weemoed en humor om die nu en dan te verzachten, dat kan misschien wél weer een constante zijn. Wie weet?”


Helaas is de coronapandemie nog steeds allesbeheersend. Je startte het schrijven van ‘Een Propere Onderbroek’ voor de uitbraak, maar heeft het jou op een bepaalde manier nog extra kunnen inspireren of werkte het net beperkend?

“De coronacrisis is in de eerste plaats heel erg voor gelijk wie. Voor de mensen die geliefden verloren zijn én voor de mensen die de weg naar geliefden verloren zijn. De coronacrisis an sich heb ik voor twee gedichten gebruikt omdat ik stootte op mijn ongeloof als ik zag hoe zelfs de volksgezondheid als politiek instrument werd mismeesterd. De gevolgen van de coronacrisis, de lockdown en zo, hebben mij ‘gedwongen’ om meer structuur in mijn schrijverschap te proppen en bracht me tot de gedachte dat ik niet meer moest talmen en bundel #2 maar eens moest afwerken. Tijdens de eerste lockdown ben ik dan begonnen aan de zoektocht naar en de uiteindelijke illustratie van mijn bundel.”


‘Dood is Punk’ is een samenspel van tekst en beeld. Dit heb je nu in je nieuwe dichtbundel ook doorgetrokken. Was de inspiratie nog niet op of vind je het concept om beide te combineren gewoon erg boeiend?

“Ik vond de wisselwerking tussen beeld en tekst wel werken in ‘Dood Is Punk’. Niet alleen voor de lezer, maar ook voor mij. Het wisselen tussen schrijven en tekenen hielp toen om de dynamiek in ‘Dood Is Punk’ te brengen die ik wou en er zodoende allesbehalve een dichtbundel van te maken zoals er al voldoende bestaan. De mix van schrijven en tekenen hielp me bij het creatief proces toen. Ik denk dat ik de mensen die dwaalden na het lezen bij ‘Dood Is Punk’ richting heb gegeven met mijn tekeningen of foto’s.

Bij ‘Een Propere Onderbroek’ wou ik iets anders doen en vooral rustpunten brengen tussen de gedichten door en ze niet noodzakelijk illustreren. Ik vond in de instantcamera een mooie analogie met de typemachine waarmee ik werkte: eenmaal je op de knop hebt gedrukt, staat het beeld vast, zoals de letters wanneer je met een typemachine schrijft. Het zijn telkens reeksen van drie foto’s die wel heel erg op elkaar lijken of voor 99% hetzelfde zijn, maar doordat dat beeld met een instantcamera is vastgelegd kan het nooit écht hetzelfde zijn. Er is sowieso iets veranderd aan het beeld, al was het maar de lucht. Het is aan de toeschouwer/lezer om daar al dan niet zijn/haar belang aan te geven. Door de herhaling ga je je dieper in het beeld gaan nestelen denk ik. Een welgekomen contragewicht voor de gedichten die ‘Een Propere Onderbroek’ een mooie en rustigere dynamiek geven dan ‘Dood Is Punk’.”

Ik las op je Facebookpagina ‘Harm, dicht’, dat de bundel wat later dan gepland is verschenen. Zit de coronacrisis hier ergens voor tussen?

“Nee, dat is mijn gebrek aan planning! En de strijd die zich soms manifesteert tussen ijver en realiteit.”


Je eerste dichtbundel ‘Dood is Punk’ kwam in 2018 uit, vergezeld met een receptie in kroeg ‘De Vetten Os’. De uitgave van je nieuwe gedichtenbundel moet noodgedwongen plaatsvinden zonder enig evenement. Doet dit je pijn dat je de bundel moet uitbrengen met ‘minder belangstelling’?

“Nee, ik had een héél erg mooie locatie klaar, maar daar stak de tweede lockdown een stokje voor. Het voordeel is dat die locatie al eeuwen in lockdown staat en die dus niet gaat lopen. Eens alles weer min of meer normaal zal kunnen verlopen zal ik er een voorstellingsfeest geven met naast poëzie ook een mini-expo van 25 geselecteerde gedichten en de 25 fotoreeksen die prachtig werden ingekaderd door het ART Frame Center in Brugge. Geen reden om te treuren dus.

Daarnaast mag ik zeker niet klagen over de belangstelling in mijn boek. Zelfs mensen die ik lang uit het oog ben verloren blijken opeens interesse in mijn boek te hebben. Zo ook de buurvrouw van mijn ouderlijk huis die vond dat ik na 25 jaar wel veel veranderd was.”


Welk gedicht springt er voor jou bovenuit of met welk gedicht heb je de grootste affiniteit?

“Het gedicht ‘Vensterraam’ raakt me steeds. Het gaat over de vergankelijkheid van tijd en hoe die doorheen de jaren verandert. En hoe we elkaar daarin misschien mislopen, in onze haast of in onze traagheid.”

Harm vensterraam

Ik las dat je eigenlijk al heel wat op je palmares hebt staan: je bent ex-radiomaker, ex-improvisator, ex-schilder, ex-zanger... Heb je gedurende de lockdown dit lijstje verder aangevuld of enkele ex-hobby's terug opgenomen?

“De radiomaker in mij komt meer dan waarschijnlijk terug, wat dat precies zal inhouden hopen Pierre Muylle, Francis Demartelaere en ikzelf later dit jaar nog naar buiten te brengen. De andere exen zijn vandaag exen, maar alles is vergankelijk ook het ex-schap.

De hobby die ik ’t meeste mis is eigenlijk mijn wekelijkse partijtje Scrabble bij de Brugse Scrabbleclub Die Score. Twee uur enkel met woorden bezig zijn in het gezelschap van andere scrabblefanaten. Zalig! Maar doordat we niet mogen samenkomen met zo veel mensen ligt de competitie stil. En bij WebFeud of WordCrex heb je het verslag tussendoor bij de rookpauze niet.

Een ‘nieuwe’ hobby is dat ik brieven schrijf naar mensen. Ook naar mensen die ik niet noodzakelijk ken. Bij een buur van mijn lief stond een kadertje achter het venster waarop stond ‘Keep Calm And Write Poetry’. Ik ben kalm gebleven en heb een brief met een begeleidende brief in de brievenbus van die man gestopt. Enkele dagen later kreeg ik als antwoord zijn dichtbundel met begeleidende brief. Sindsdien schrijf ik iedere dag een brief met een gedicht naar mensen die dat volgens mij kunnen gebruiken. Misschien komt er later wel een brief in jouw bus als dank en felicitaties voor jouw eerste interview of als je iemand kent die een brief en gedicht verdient, mag je altijd mailen naar harmdicht@gmail.com en ik zie wat ik voor je kan doen!"

‘Een propere onderbroek’ kan je in Boekhandel De Reyghere terugvinden.

Tekst: Emma De Coninck. Foto: Aagje Dely.

Uit BLVRD Magazine editie #20.

Uw browser wordt niet ondersteund, schakel over naar een andere voor een optimale ervaring.